Staat uw airco op HEAT en komt er warme lucht uit, maar blijft de kamer toch te koud? Dan ligt het probleem niet automatisch bij de airco zelf. De ruimte kan meer warmte verliezen dan het systeem op dat moment levert, de capaciteit kan bij winterweer tekortschieten of de warme lucht wordt niet goed door de ruimte verdeeld. Ook instellingen, vervuiling, defrost en technische problemen kunnen meespelen. Deze pagina helpt u systematisch bepalen waarom de ingestelde temperatuur niet wordt gehaald.
Kijk eerst naar het verschil tussen warmte produceren en de volledige ruimte daadwerkelijk warm houden.
Voel niet alleen aan de luchtstroom, maar kijk of de kamertemperatuur over tijd stijgt. Een unit kan warme lucht leveren en toch onvoldoende totaalvermogen hebben om alle warmteverliezen te compenseren.
Voel niet alleen aan de luchtstroom, maar kijk of de kamertemperatuur over tijd stijgt. Een unit kan warme lucht leveren en toch onvoldoende totaalvermogen hebben om alle warmteverliezen te compenseren.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Voor doelgericht verwarmen hoort de bedrijfsmodus doorgaans op HEAT of het zon-symbool te staan. COOL, DRY en FAN verwarmen niet.
Voor doelgericht verwarmen hoort de bedrijfsmodus doorgaans op HEAT of het zon-symbool te staan. COOL, DRY en FAN verwarmen niet.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
In MODE AUTO beslist de regeling zelf welke bedrijfsmodus passend lijkt. Voor een duidelijke warmtevraag is HEAT de meest eenduidige teststand.
In MODE AUTO beslist de regeling zelf welke bedrijfsmodus passend lijkt. Voor een duidelijke warmtevraag is HEAT de meest eenduidige teststand.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Als de ingestelde temperatuur niet duidelijk hoger ligt dan wat de sensor meet, kan de unit terugmoduleren of stoppen terwijl u de ruimte nog te koud vindt.
Als de ingestelde temperatuur niet duidelijk hoger ligt dan wat de sensor meet, kan de unit terugmoduleren of stoppen terwijl u de ruimte nog te koud vindt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
De temperatuursensor zit meestal in of nabij de binnenunit. Die plek kan warmer zijn dan de leefzone, vooral wanneer warme lucht zich hoog in de kamer verzamelt.
De temperatuursensor zit meestal in of nabij de binnenunit. Die plek kan warmer zijn dan de leefzone, vooral wanneer warme lucht zich hoog in de kamer verzamelt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een koude woning bevat niet alleen koude lucht: muren, vloer, meubels en andere massa moeten mee opwarmen. De benodigde tijd varieert sterk per woning en situatie.
Een koude woning bevat niet alleen koude lucht: muren, vloer, meubels en andere massa moeten mee opwarmen. De benodigde tijd varieert sterk per woning en situatie.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een ruimte van 12 °C naar 20 °C brengen vraagt veel meer energie en tijd dan 19 °C op 20 °C houden.
Een ruimte van 12 °C naar 20 °C brengen vraagt veel meer energie en tijd dan 19 °C op 20 °C houden.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Hoe kouder het buiten wordt, hoe groter doorgaans het temperatuurverschil met binnen en daarmee het warmteverlies van de woning.
Hoe kouder het buiten wordt, hoe groter doorgaans het temperatuurverschil met binnen en daarmee het warmteverlies van de woning.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
De beschikbare output van een lucht-luchtwarmtepomp kan met de buitencondities veranderen. Controleer voor serieus wintergebruik de technische capaciteitstabellen van het specifieke model.
De beschikbare output van een lucht-luchtwarmtepomp kan met de buitencondities veranderen. Controleer voor serieus wintergebruik de technische capaciteitstabellen van het specifieke model.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een nominale 3,5 of 5 kW-klasse vertelt niet automatisch hoeveel warmte onder iedere winterconditie beschikbaar blijft.
Een nominale 3,5 of 5 kW-klasse vertelt niet automatisch hoeveel warmte onder iedere winterconditie beschikbaar blijft.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een ondergedimensioneerde unit kan continu draaien en warme lucht leveren, maar toch minder warmte toevoegen dan de ruimte verliest.
Een ondergedimensioneerde unit kan continu draaien en warme lucht leveren, maar toch minder warmte toevoegen dan de ruimte verliest.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Bij zacht weer is het warmteverlies beperkt. Tijdens vorst stijgt de benodigde warmte, waardoor een systeem met weinig reserve zijn grens kan bereiken.
Bij zacht weer is het warmteverlies beperkt. Tijdens vorst stijgt de benodigde warmte, waardoor een systeem met weinig reserve zijn grens kan bereiken.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Twee ruimtes met hetzelfde vloeroppervlak kunnen door isolatie, glas, buitenmuren en plafondhoogte een totaal andere warmtevraag hebben.
Twee ruimtes met hetzelfde vloeroppervlak kunnen door isolatie, glas, buitenmuren en plafondhoogte een totaal andere warmtevraag hebben.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
In een ruimte onder het dak kan veel warmte via het dak verdwijnen. Dit speelt vooral bij zolders en oudere woningen.
In een ruimte onder het dak kan veel warmte via het dak verdwijnen. Dit speelt vooral bij zolders en oudere woningen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een hoekkamer of vrijstaande woning heeft doorgaans meer oppervlak aan buitenlucht dan een vergelijkbare kamer midden in een gebouw.
Een hoekkamer of vrijstaande woning heeft doorgaans meer oppervlak aan buitenlucht dan een vergelijkbare kamer midden in een gebouw.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Veel glas, oudere beglazing of koude kozijnen kunnen het benodigde verwarmingsvermogen aanzienlijk verhogen.
Veel glas, oudere beglazing of koude kozijnen kunnen het benodigde verwarmingsvermogen aanzienlijk verhogen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een matig geïsoleerde vloer boven een koude kruipruimte of garage kan comfort en warmtevraag merkbaar beïnvloeden.
Een matig geïsoleerde vloer boven een koude kruipruimte of garage kan comfort en warmtevraag merkbaar beïnvloeden.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Ongecontroleerde luchtlekken voeren warme lucht af en laten koude buitenlucht binnen. Daardoor kan de airco blijven draaien zonder het setpoint te bereiken.
Ongecontroleerde luchtlekken voeren warme lucht af en laten koude buitenlucht binnen. Daardoor kan de airco blijven draaien zonder het setpoint te bereiken.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Ventileren is noodzakelijk, maar aangevoerde koude buitenlucht moet wel worden opgewarmd. Zeer hoge ventilatieverliezen verhogen de warmtevraag.
Ventileren is noodzakelijk, maar aangevoerde koude buitenlucht moet wel worden opgewarmd. Zeer hoge ventilatieverliezen verhogen de warmtevraag.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een open buitendeur, kiepraam of vaak geopende deur kan genoeg extra verlies veroorzaken om de opwarming merkbaar te vertragen.
Een open buitendeur, kiepraam of vaak geopende deur kan genoeg extra verlies veroorzaken om de opwarming merkbaar te vertragen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Warme lucht stijgt. In een hoge ruimte kan het bovenin comfortabel warm zijn terwijl de leefzone achterblijft.
Warme lucht stijgt. In een hoge ruimte kan het bovenin comfortabel warm zijn terwijl de leefzone achterblijft.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Richt de warme lucht zo dat deze de leefzone bereikt. Een uitsluitend horizontale of omhoog gerichte luchtstroom kan warmte bovenin laten hangen.
Richt de warme lucht zo dat deze de leefzone bereikt. Een uitsluitend horizontale of omhoog gerichte luchtstroom kan warmte bovenin laten hangen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een passende ventilatorsnelheid helpt de warmte door de ruimte te mengen. FAN AUTO is voor veel situaties een bruikbare basisinstelling.
Een passende ventilatorsnelheid helpt de warmte door de ruimte te mengen. FAN AUTO is voor veel situaties een bruikbare basisinstelling.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Plaatsing in een nis, boven een obstakel of aan één uiteinde van een complexe ruimte kan de verdeling beperken, ook als de unit voldoende vermogen heeft.
Plaatsing in een nis, boven een obstakel of aan één uiteinde van een complexe ruimte kan de verdeling beperken, ook als de unit voldoende vermogen heeft.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een vrije luchtinlaat en uitblaas zijn nodig. Grote obstakels kunnen circulatie kortsluiten of warme lucht lokaal vasthouden.
Een vrije luchtinlaat en uitblaas zijn nodig. Grote obstakels kunnen circulatie kortsluiten of warme lucht lokaal vasthouden.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Warme lucht verspreidt zich niet vanzelf gelijkmatig door deuren en gangen. Een warme woonkamer betekent niet dat slaapkamers automatisch dezelfde temperatuur bereiken.
Warme lucht verspreidt zich niet vanzelf gelijkmatig door deuren en gangen. Een warme woonkamer betekent niet dat slaapkamers automatisch dezelfde temperatuur bereiken.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een open trap kan een aanzienlijke warmtestroom naar een hogere verdieping veroorzaken, waardoor de benedenruimte moeilijker op temperatuur blijft.
Een open trap kan een aanzienlijke warmtestroom naar een hogere verdieping veroorzaken, waardoor de benedenruimte moeilijker op temperatuur blijft.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Bij meerdere binnenunits moet ook de capaciteit van de gedeelde buitenunit worden bekeken. De som van alle binnenunitlabels is niet altijd gelijktijdig beschikbaar.
Bij meerdere binnenunits moet ook de capaciteit van de gedeelde buitenunit worden bekeken. De som van alle binnenunitlabels is niet altijd gelijktijdig beschikbaar.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Vuile filters beperken de luchtstroom door de binnenunit. Daardoor kan warmte minder goed aan de kamer worden afgegeven.
Vuile filters beperken de luchtstroom door de binnenunit. Daardoor kan warmte minder goed aan de kamer worden afgegeven.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Ook wanneer de filters schoon lijken, kan diepere vervuiling op ventilator of warmtewisselaar de luchtverplaatsing en warmteoverdracht verminderen.
Ook wanneer de filters schoon lijken, kan diepere vervuiling op ventilator of warmtewisselaar de luchtverplaatsing en warmteoverdracht verminderen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Bladeren, sneeuw, vuil of een te krappe opstelling kunnen de luchtstroom door de buitenwarmtewisselaar beperken.
Bladeren, sneeuw, vuil of een te krappe opstelling kunnen de luchtstroom door de buitenwarmtewisselaar beperken.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Tijdens verwarmen kan vocht uit de buitenlucht op de koude warmtewisselaar bevriezen. De airco hoort dit via defrost periodiek te verwijderen.
Tijdens verwarmen kan vocht uit de buitenlucht op de koude warmtewisselaar bevriezen. De airco hoort dit via defrost periodiek te verwijderen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Tijdens ontdooien wordt de normale warmteafgifte tijdelijk onderbroken of verminderd. Daarna hoort de unit de verwarming weer te hervatten.
Tijdens ontdooien wordt de normale warmteafgifte tijdelijk onderbroken of verminderd. Daarna hoort de unit de verwarming weer te hervatten.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Koud en vochtig weer kan relatief veel rijpvorming geven. Daardoor kan de effectieve warmteafgifte over langere tijd lager aanvoelen.
Koud en vochtig weer kan relatief veel rijpvorming geven. Daardoor kan de effectieve warmteafgifte over langere tijd lager aanvoelen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Blijft de buitenwarmtewisselaar langdurig dichtgevroren of bouwt het ijs steeds verder op, dan kan de warmteopname worden beperkt en is controle verstandig.
Blijft de buitenwarmtewisselaar langdurig dichtgevroren of bouwt het ijs steeds verder op, dan kan de warmteopname worden beperkt en is controle verstandig.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Smeltwater tijdens of na defrost is vaak normaal. Problemen ontstaan vooral wanneer water niet weg kan en opnieuw tot grote ijsmassa's bevriest.
Smeltwater tijdens of na defrost is vaak normaal. Problemen ontstaan vooral wanneer water niet weg kan en opnieuw tot grote ijsmassa's bevriest.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een inverterwarmtepomp mag langdurig draaien. Continu bedrijf is niet automatisch een storing; relevant is of de temperatuur stabiel wordt en de unit binnen zijn normale bereik werkt.
Een inverterwarmtepomp mag langdurig draaien. Continu bedrijf is niet automatisch een storing; relevant is of de temperatuur stabiel wordt en de unit binnen zijn normale bereik werkt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Het setpoint verhogen verandert de fysieke maximale capaciteit van de unit niet. Als de airco al maximaal verwarmt, maakt 28 °C instellen hem niet krachtiger.
Het setpoint verhogen verandert de fysieke maximale capaciteit van de unit niet. Als de airco al maximaal verwarmt, maakt 28 °C instellen hem niet krachtiger.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Sommige functies beperken compressor- of ventilatorvermogen voor energiegebruik of geluid. Schakel zulke modi tijdelijk uit bij diagnose.
Sommige functies beperken compressor- of ventilatorvermogen voor energiegebruik of geluid. Schakel zulke modi tijdelijk uit bij diagnose.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een timer, slaapstand of weekprogramma kan de gewenste temperatuur op bepaalde momenten wijzigen zonder dat dit direct opvalt.
Een timer, slaapstand of weekprogramma kan de gewenste temperatuur op bepaalde momenten wijzigen zonder dat dit direct opvalt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Bij deellast hoeft de lucht niet continu zeer heet te zijn. Beoordeel vooral of de ruimte uiteindelijk de gewenste temperatuur bereikt.
Bij deellast hoeft de lucht niet continu zeer heet te zijn. Beoordeel vooral of de ruimte uiteindelijk de gewenste temperatuur bereikt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Blijft de uitblaaslucht koud terwijl HEAT actief is en er duidelijke warmtevraag bestaat, kijk dan naar opstart, defrost, instellingen en mogelijke technische problemen.
Blijft de uitblaaslucht koud terwijl HEAT actief is en er duidelijke warmtevraag bestaat, kijk dan naar opstart, defrost, instellingen en mogelijke technische problemen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een afwijking in koudemiddelvulling of een lekkage kan prestaties beïnvloeden, maar kan alleen met passende koeltechnische metingen betrouwbaar worden vastgesteld.
Een afwijking in koudemiddelvulling of een lekkage kan prestaties beïnvloeden, maar kan alleen met passende koeltechnische metingen betrouwbaar worden vastgesteld.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
De vierwegklep schakelt de koelkring tussen koelen en verwarmen. Een defect kan de verwarmingsfunctie verstoren en vereist technische diagnose.
De vierwegklep schakelt de koelkring tussen koelen en verwarmen. Een defect kan de verwarmingsfunctie verstoren en vereist technische diagnose.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Afwijkende temperatuursensoren of elektronica kunnen ervoor zorgen dat de unit de warmtevraag verkeerd beoordeelt of ongewoon regelt.
Afwijkende temperatuursensoren of elektronica kunnen ervoor zorgen dat de unit de warmtevraag verkeerd beoordeelt of ongewoon regelt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Wanneer de buitenunit niet goed opstart, beveiligingen aanspreken of de compressor niet normaal draait, kan de verwarmingscapaciteit sterk afnemen of wegvallen.
Wanneer de buitenunit niet goed opstart, beveiligingen aanspreken of de compressor niet normaal draait, kan de verwarmingscapaciteit sterk afnemen of wegvallen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Noteer de exacte code en het modelnummer. Een foutcode helpt veel gerichter zoeken dan alleen de klacht dat de ruimte niet warm wordt.
Noteer de exacte code en het modelnummer. Een foutcode helpt veel gerichter zoeken dan alleen de klacht dat de ruimte niet warm wordt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Noteer of het probleem alleen bij +2 °C en vochtig weer voorkomt, pas bij stevige vorst ontstaat of ook bij zacht weer aanwezig is. Dat patroon helpt de oorzaak afbakenen.
Noteer of het probleem alleen bij +2 °C en vochtig weer voorkomt, pas bij stevige vorst ontstaat of ook bij zacht weer aanwezig is. Dat patroon helpt de oorzaak afbakenen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Een losse thermometer midden in de leefzone kan helpen bepalen of de temperatuurmeting van de binnenunit sterk afwijkt van wat u daadwerkelijk ervaart.
Een losse thermometer midden in de leefzone kan helpen bepalen of de temperatuurmeting van de binnenunit sterk afwijkt van wat u daadwerkelijk ervaart.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Bij diagnose is het nuttig deuren naar andere zones tijdelijk gesloten te houden en te kijken of de bedoelde ruimte dan wel op temperatuur komt.
Bij diagnose is het nuttig deuren naar andere zones tijdelijk gesloten te houden en te kijken of de bedoelde ruimte dan wel op temperatuur komt.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Als de unit technisch normaal werkt, warme lucht levert en vooral tijdens koude dagen continu draait zonder het setpoint te halen, kan de verhouding tussen warmtevraag en capaciteit de kern zijn.
Als de unit technisch normaal werkt, warme lucht levert en vooral tijdens koude dagen continu draait zonder het setpoint te halen, kan de verhouding tussen warmtevraag en capaciteit de kern zijn.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Als het bij de binnenunit warm is maar verderop of achter een hoek koud blijft, wijst dat eerder op distributie dan op puur te weinig totaalvermogen.
Als het bij de binnenunit warm is maar verderop of achter een hoek koud blijft, wijst dat eerder op distributie dan op puur te weinig totaalvermogen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Zwakke luchtstroom, zichtbaar vervuilde filters, veel stof op onderdelen of lange tijd zonder onderhoud maken luchtstroom en vervuiling relevante controlepunten.
Zwakke luchtstroom, zichtbaar vervuilde filters, veel stof op onderdelen of lange tijd zonder onderhoud maken luchtstroom en vervuiling relevante controlepunten.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Laat de installatie nakijken bij plots prestatieverlies, foutcodes, aanhoudende zware ijsvorming, afwijkende geluiden, een buitenunit die niet normaal draait of structureel onvoldoende warmte.
Laat de installatie nakijken bij plots prestatieverlies, foutcodes, aanhoudende zware ijsvorming, afwijkende geluiden, een buitenunit die niet normaal draait of structureel onvoldoende warmte.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Controleer HEAT, setpoint, FAN AUTO, filters, uitblaasrichting, obstakels, ramen en deuren, timers en de toestand van de buitenunit.
Controleer HEAT, setpoint, FAN AUTO, filters, uitblaasrichting, obstakels, ramen en deuren, timers en de toestand van de buitenunit.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Open geen koudemiddelcircuit of elektrische componenten, vul geen koudemiddel bij en gebruik geen scherpe voorwerpen of agressieve warmte om ijs te verwijderen.
Open geen koudemiddelcircuit of elektrische componenten, vul geen koudemiddel bij en gebruik geen scherpe voorwerpen of agressieve warmte om ijs te verwijderen.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Levert de airco warme lucht maar haalt de kamer het setpoint niet, onderzoek dan vooral capaciteit, warmteverlies en verdeling. Levert de unit zelf nauwelijks warmte, onderzoek instellingen, defrost, luchtstroom en technische werking.
Levert de airco warme lucht maar haalt de kamer het setpoint niet, onderzoek dan vooral capaciteit, warmteverlies en verdeling. Levert de unit zelf nauwelijks warmte, onderzoek instellingen, defrost, luchtstroom en technische werking.
De belangrijkste diagnosevraag is of de unit onvoldoende warmte produceert, of dat de geproduceerde warmte de verliezen en verdeling van de ruimte niet kan bijhouden.
Stuur de afmetingen van de ruimte, ingestelde en gemeten temperatuur, buitentemperatuur en wat de binnen- en buitenunit doen. Dan kan de situatie gerichter worden beoordeeld.
Dan kunnen capaciteit, warmteverlies, luchtverdeling of een technisch probleem meespelen. Een gerichte controle voorkomt giswerk.
Antwoorden over setpoint, capaciteit, warmteverlies, vorst, defrost, luchtstroom en mogelijke storingen.
Dat kan komen door instellingen, onvoldoende verwarmingscapaciteit, groot warmteverlies, beperkte luchtverdeling, vervuilde filters, winterse defrost of een technische afwijking. Kijk eerst of HEAT actief is en of de unit daadwerkelijk warme lucht levert.
Daar is geen universele tijd voor. Starttemperatuur, buitentemperatuur, vermogen, isolatie, ruimte-inhoud en gewenste temperatuur bepalen hoe snel de kamer opwarmt.
Als de warmtevraag groter is dan de warmte die de unit effectief kan leveren en verdelen, blijft de kamertemperatuur onder het setpoint. Ook sensorplaatsing of instellingen kunnen verschil veroorzaken.
Wilt u specifiek verwarmen, kies dan doorgaans MODE HEAT. FAN AUTO kan daarnaast worden gebruikt om de ventilatorsnelheid automatisch te laten regelen.
Ja. Een ondergedimensioneerde unit kan bij zacht weer voldoende lijken, maar tijdens kou langdurig op hoog vermogen draaien zonder de gewenste temperatuur te halen.
Bij lagere buitentemperaturen stijgt het warmteverlies van de woning en kan de beschikbare verwarmingscapaciteit van de lucht-luchtwarmtepomp veranderen. Ook defrost kan tijdelijk warmteafgifte onderbreken.
Ja. Dak, gevel, vloer, ramen, kieren en ventilatie bepalen hoeveel warmte uit de ruimte verdwijnt. Een slecht geïsoleerde ruimte vraagt daardoor meer verwarmingsvermogen.
Een vervuild filter kan de luchtstroom beperken, waardoor de geproduceerde warmte minder goed aan de ruimte wordt afgegeven.
Warme lucht stijgt. Bij hoge plafonds of ongunstige luchtverdeling kan warmte zich bovenin verzamelen terwijl de leefzone achterblijft.
Ja. Tijdens defrost wordt de normale warmteafgifte tijdelijk verminderd of onderbroken zodat de buitenunit kan ontdooien. Daarna hoort de verwarming weer te hervatten.
Wanneer de unit langdurig geen goede warmte levert, foutcodes toont, de buitenunit dichtgevroren blijft, afwijkende geluiden maakt of prestaties plots sterk zijn verslechterd, is technische controle verstandig.
Controleer HEAT, setpoint, FAN AUTO, filters, vrije luchtinlaat en uitblaas, ramen en deuren, buitenunit, timers en foutcodes. Open koeltechnische of elektrische delen niet zelf.