Ziet u tijdens het verwarmen water onder de buitenunit van uw airco? Dat is vaak volkomen normaal. In HEAT werkt de buitenunit als de koude zijde van een lucht-luchtwarmtepomp. Vocht uit de buitenlucht kan daardoor op de warmtewisselaar condenseren en bij lage temperaturen bevriezen. Tijdens een defrostcyclus wordt die rijp of ijslaag ontdooid en kan er ineens behoorlijk wat water uit de unit lopen. Belangrijk is vooral waar het water vandaan komt, of het vrij kan wegstromen en of er geen problematische ijsophoping ontstaat.
Tijdens HEAT en vooral na defrost kan water normaal zijn. De afvoer en eventuele ijsvorming bepalen of actie nodig is.
Tijdens HEAT neemt de buitenwarmtewisselaar warmte op uit de buitenlucht. Daarbij kan vocht uit die lucht condenseren en bij lage temperaturen als rijp of ijs op de lamellen terechtkomen.
Tijdens HEAT neemt de buitenwarmtewisselaar warmte op uit de buitenlucht. Daarbij kan vocht uit die lucht condenseren en bij lage temperaturen als rijp of ijs op de lamellen terechtkomen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Ja, tijdens verwarmingsbedrijf kan water onder een goed werkende buitenunit normaal zijn. Vooral na een ontdooicyclus kan de hoeveelheid tijdelijk groot zijn.
Ja, tijdens verwarmingsbedrijf kan water onder een goed werkende buitenunit normaal zijn. Vooral na een ontdooicyclus kan de hoeveelheid tijdelijk groot zijn.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Het water komt tijdens HEAT hoofdzakelijk uit vocht in de buitenlucht. Het is dus niet simpelweg vocht dat vanuit uw woonkamer naar buiten wordt gepompt.
Het water komt tijdens HEAT hoofdzakelijk uit vocht in de buitenlucht. Het is dus niet simpelweg vocht dat vanuit uw woonkamer naar buiten wordt gepompt.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Bij koelen is de binnenwarmtewisselaar koud en ontstaat daar condens. Bij verwarmen wisselen de rollen om en is juist de buitenwarmtewisselaar de koude zijde.
Bij koelen is de binnenwarmtewisselaar koud en ontstaat daar condens. Bij verwarmen wisselen de rollen om en is juist de buitenwarmtewisselaar de koude zijde.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Wanneer rijp of ijs de buitenwarmtewisselaar bedekt, start de airco zo nodig een defrostcyclus om die laag te smelten.
Wanneer rijp of ijs de buitenwarmtewisselaar bedekt, start de airco zo nodig een defrostcyclus om die laag te smelten.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Tijdens defrost kan in enkele minuten een opgebouwde ijslaag smelten. Daardoor komt het water niet altijd gelijkmatig maar soms als duidelijke stroom vrij.
Tijdens defrost kan in enkele minuten een opgebouwde ijslaag smelten. Daardoor komt het water niet altijd gelijkmatig maar soms als duidelijke stroom vrij.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Er bestaat geen universeel aantal liters dat voor iedere airco normaal is. De hoeveelheid hangt af van weer, luchtvochtigheid, vermogen, draaitijd en defrostfrequentie.
Er bestaat geen universeel aantal liters dat voor iedere airco normaal is. De hoeveelheid hangt af van weer, luchtvochtigheid, vermogen, draaitijd en defrostfrequentie.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Een droge koude dag kan weinig rijp geven, terwijl een vochtige of mistige dag rond het vriespunt veel meer vocht op de buitenwarmtewisselaar kan afzetten.
Een droge koude dag kan weinig rijp geven, terwijl een vochtige of mistige dag rond het vriespunt veel meer vocht op de buitenwarmtewisselaar kan afzetten.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Rond het vriespunt kan de lucht relatief veel vocht bevatten terwijl de warmtewisselaar koud genoeg is om dat vocht te laten bevriezen.
Rond het vriespunt kan de lucht relatief veel vocht bevatten terwijl de warmtewisselaar koud genoeg is om dat vocht te laten bevriezen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Ja. Een vochtige dag van +2 °C kan meer rijp en defrostwater veroorzaken dan een drogere dag van -5 °C.
Ja. Een vochtige dag van +2 °C kan meer rijp en defrostwater veroorzaken dan een drogere dag van -5 °C.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Veel buitenunits hebben een bodemplaat met afvoeropeningen waardoor condens- en smeltwater naar beneden kan wegstromen.
Veel buitenunits hebben een bodemplaat met afvoeropeningen waardoor condens- en smeltwater naar beneden kan wegstromen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Niet noodzakelijk. De juiste afvoerconstructie verschilt per merk, model en installatie. Sommige winteropstellingen laten water bewust vrij uit de bodemplaat wegvallen.
Niet noodzakelijk. De juiste afvoerconstructie verschilt per merk, model en installatie. Sommige winteropstellingen laten water bewust vrij uit de bodemplaat wegvallen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Dat kan bij daarvoor geschikte installaties, maar een winterafvoer moet voldoende diameter, afschot en vorstbestendigheid hebben.
Dat kan bij daarvoor geschikte installaties, maar een winterafvoer moet voldoende diameter, afschot en vorstbestendigheid hebben.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Water in een smalle of slecht aflopende slang kan bevriezen. Daarna kan nieuw smeltwater niet meer weg en kan ijs zich richting de buitenunit opbouwen.
Water in een smalle of slecht aflopende slang kan bevriezen. Daarna kan nieuw smeltwater niet meer weg en kan ijs zich richting de buitenunit opbouwen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Een opvangbak kan water gecontroleerd verzamelen en naar een geschikte afvoer leiden, maar ook zo'n systeem moet voor winterse omstandigheden ontworpen zijn.
Een opvangbak kan water gecontroleerd verzamelen en naar een geschikte afvoer leiden, maar ook zo'n systeem moet voor winterse omstandigheden ontworpen zijn.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Niet iedere installatie heeft dit nodig. In situaties met strenge vorst, kritische afvoer of veel winterbedrijf kan een geschikte vorstbeveiligde oplossing wel relevant zijn.
Niet iedere installatie heeft dit nodig. In situaties met strenge vorst, kritische afvoer of veel winterbedrijf kan een geschikte vorstbeveiligde oplossing wel relevant zijn.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Defrostwater kan op een koude ondergrond terechtkomen en opnieuw bevriezen zodra het de warmere delen van de unit heeft verlaten.
Defrostwater kan op een koude ondergrond terechtkomen en opnieuw bevriezen zodra het de warmere delen van de unit heeft verlaten.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Een beperkte hoeveelheid bevroren smeltwater kan bij vorst voorkomen. Het wordt een probleem wanneer ijs zich blijft opstapelen of de unit bereikt.
Een beperkte hoeveelheid bevroren smeltwater kan bij vorst voorkomen. Het wordt een probleem wanneer ijs zich blijft opstapelen of de unit bereikt.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Let op wanneer ijs de ventilator, bodemplaat, leidingen of constructie kan raken, of wanneer een gladde ijsplaat ontstaat op een looproute.
Let op wanneer ijs de ventilator, bodemplaat, leidingen of constructie kan raken, of wanneer een gladde ijsplaat ontstaat op een looproute.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Bij ernstige ijsophoping kan ijs in de buurt van bewegende delen komen. Een tikkend, schrapend of slaand geluid vraagt daarom aandacht.
Bij ernstige ijsophoping kan ijs in de buurt van bewegende delen komen. Een tikkend, schrapend of slaand geluid vraagt daarom aandacht.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
U kunt een veilige looproute vrijhouden, maar hak of steek nooit in de buitenunit zelf en beschadig geen lamellen, leidingen of bodemplaat.
U kunt een veilige looproute vrijhouden, maar hak of steek nooit in de buitenunit zelf en beschadig geen lamellen, leidingen of bodemplaat.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Nee. Gebruik geen kokend water of agressieve warmtebron om een bevroren buitenunit snel te ontdooien.
Nee. Gebruik geen kokend water of agressieve warmtebron om een bevroren buitenunit snel te ontdooien.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Tijdens defrost kan water verdampen of als fijne mist zichtbaar worden. Een witte wolk rond de buitenunit kan daarom normaal zijn.
Tijdens defrost kan water verdampen of als fijne mist zichtbaar worden. Een witte wolk rond de buitenunit kan daarom normaal zijn.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Normale defrostdamp verschijnt rond een ontdooicyclus en verdwijnt snel. Brandlucht, elektrische geur, verkleuring of echte rook is geen normaal defrostverschijnsel.
Normale defrostdamp verschijnt rond een ontdooicyclus en verdwijnt snel. Brandlucht, elektrische geur, verkleuring of echte rook is geen normaal defrostverschijnsel.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Tijdens een defrostcyclus kan de buitenventilator tijdelijk stoppen terwijl het systeem de warmtewisselaar ontdooit.
Tijdens een defrostcyclus kan de buitenventilator tijdelijk stoppen terwijl het systeem de warmtewisselaar ontdooit.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Veel systemen beperken of stoppen de binnenventilator tijdens defrost om te voorkomen dat koude lucht de kamer in wordt geblazen.
Veel systemen beperken of stoppen de binnenventilator tijdens defrost om te voorkomen dat koude lucht de kamer in wordt geblazen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Dat verschilt per hoeveelheid ijs, unit en afvoer. Vaak loopt het grootste deel tijdens en kort na het ontdooien weg.
Dat verschilt per hoeveelheid ijs, unit en afvoer. Vaak loopt het grootste deel tijdens en kort na het ontdooien weg.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Normaal condens- of defrostwater is geen koelmiddel. Koelmiddel is onderdeel van een gesloten koeltechnisch circuit.
Normaal condens- of defrostwater is geen koelmiddel. Koelmiddel is onderdeel van een gesloten koeltechnisch circuit.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Normaal water is doorgaans helder, verschijnt in samenhang met koud of vochtig weer en defrost, en de airco hervat daarna zijn normale verwarmingsbedrijf.
Normaal water is doorgaans helder, verschijnt in samenhang met koud of vochtig weer en defrost, en de airco hervat daarna zijn normale verwarmingsbedrijf.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Controle is verstandig wanneer water ongecontroleerd een gevel binnendringt, op elektrische delen komt, uit een onverwachte leidingverbinding lijkt te komen of schade veroorzaakt.
Controle is verstandig wanneer water ongecontroleerd een gevel binnendringt, op elektrische delen komt, uit een onverwachte leidingverbinding lijkt te komen of schade veroorzaakt.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Ja. Te weinig vrije ruimte onder de unit, een ongunstige ondergrond of een slechte afvoerroute kan winterwater laten ophopen en bevriezen.
Ja. Te weinig vrije ruimte onder de unit, een ongunstige ondergrond of een slechte afvoerroute kan winterwater laten ophopen en bevriezen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Dat is model- en installatieafhankelijk. Voor winterbedrijf is vooral belangrijk dat water en ijs voldoende ruimte hebben en de unit niet kunnen blokkeren.
Dat is model- en installatieafhankelijk. Voor winterbedrijf is vooral belangrijk dat water en ijs voldoende ruimte hebben en de unit niet kunnen blokkeren.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Bij wandmontage valt water vaak naar de ondergrond of wordt het gecontroleerd afgevoerd. De gekozen oplossing moet geen overlast, schade of gladheid veroorzaken.
Bij wandmontage valt water vaak naar de ondergrond of wordt het gecontroleerd afgevoerd. De gekozen oplossing moet geen overlast, schade of gladheid veroorzaken.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Smeltwater moet van de unit weg kunnen zonder rond de voeten of het frame een grote ijsmassa te vormen en zonder dakafvoeren te blokkeren.
Smeltwater moet van de unit weg kunnen zonder rond de voeten of het frame een grote ijsmassa te vormen en zonder dakafvoeren te blokkeren.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Op een balkon kan water hinder geven aan bewoners, buren of gevels. Een gecontroleerde en vorstbestendige afvoer wordt daar extra belangrijk.
Op een balkon kan water hinder geven aan bewoners, buren of gevels. Een gecontroleerde en vorstbestendige afvoer wordt daar extra belangrijk.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Structureel water over gevelmateriaal, voegen of houten delen kan ongewenst zijn, zeker wanneer het herhaaldelijk bevriest.
Structureel water over gevelmateriaal, voegen of houten delen kan ongewenst zijn, zeker wanneer het herhaaldelijk bevriest.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Warm defrostwater stroomt uit de unit en kan vervolgens op een koude ondergrond opnieuw bevriezen. Dat kan een veiligheidsrisico vormen.
Warm defrostwater stroomt uit de unit en kan vervolgens op een koude ondergrond opnieuw bevriezen. Dat kan een veiligheidsrisico vormen.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Niet automatisch. De binnenunit produceert vooral condens tijdens koelen, terwijl de buitenunit tijdens verwarmen winterwater produceert. De afvoerbehoefte is dus anders.
Niet automatisch. De binnenunit produceert vooral condens tijdens koelen, terwijl de buitenunit tijdens verwarmen winterwater produceert. De afvoerbehoefte is dus anders.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Ook een multisplit-buitenunit kan tijdens verwarmingsbedrijf rijp vormen, defrosten en water produceren. Door het grotere systeem kan de hoeveelheid zichtbaar zijn.
Ook een multisplit-buitenunit kan tijdens verwarmingsbedrijf rijp vormen, defrosten en water produceren. Door het grotere systeem kan de hoeveelheid zichtbaar zijn.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Indirect. Een hogere warmtevraag kan de airco langer of harder laten werken, maar weercondities en warmtewisselaartemperatuur bepalen sterk hoeveel rijp ontstaat.
Indirect. Een hogere warmtevraag kan de airco langer of harder laten werken, maar weercondities en warmtewisselaartemperatuur bepalen sterk hoeveel rijp ontstaat.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
De ventilatorstand van de binnenunit bepaalt niet rechtstreeks de afvoer van defrostwater buiten. De warmtepompregeling bepaalt wanneer defrost nodig is.
De ventilatorstand van de binnenunit bepaalt niet rechtstreeks de afvoer van defrostwater buiten. De warmtepompregeling bepaalt wanneer defrost nodig is.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Een schone, vrije warmtewisselaar ondersteunt normale luchtstroming en werking. Vervuiling of blokkade kan het wintergedrag van de installatie verstoren.
Een schone, vrije warmtewisselaar ondersteunt normale luchtstroming en werking. Vervuiling of blokkade kan het wintergedrag van de installatie verstoren.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Controleer of de buitenunit vrij staat, water weg kan, er geen extreme ijsmassa ontstaat en de airco na defrost weer normaal verwarmt.
Controleer of de buitenunit vrij staat, water weg kan, er geen extreme ijsmassa ontstaat en de airco na defrost weer normaal verwarmt.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Laat de installatie controleren bij aanhoudende ijsophoping, foutcodes, ventilatorcontact met ijs, slechte verwarming, vreemde geluiden of een afvoer die steeds dichtvriest.
Laat de installatie controleren bij aanhoudende ijsophoping, foutcodes, ventilatorcontact met ijs, slechte verwarming, vreemde geluiden of een afvoer die steeds dichtvriest.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Water alleen is tijdens HEAT vaak normaal. Water in combinatie met niet ontdooien, blokkade, schade of slechte verwarmingsprestatie is veel relevanter.
Water alleen is tijdens HEAT vaak normaal. Water in combinatie met niet ontdooien, blokkade, schade of slechte verwarmingsprestatie is veel relevanter.
Water tijdens verwarmingsbedrijf is op zichzelf meestal geen storing. De combinatie met ijsvorming, afvoerproblemen en verwarmingsprestatie bepaalt of verder onderzoek nodig is.
Stuur een foto van de buitenunit, het water of ijs en vertel wat de airco tijdens het verwarmen doet.
Bij terugkerende ijsophoping kunnen plaatsing, afvoer en defrostgedrag samen worden beoordeeld.
Antwoorden over condenswater, defrost, ijsvorming, afvoer en lekkage tijdens verwarmingsbedrijf.
Ja. Tijdens verwarmingsbedrijf kan vocht uit de buitenlucht op de koude buitenwarmtewisselaar condenseren of bevriezen. Tijdens defrost smelt dit ijs en kan er water uit de buitenunit lopen.
Wat op een lekkage lijkt, is vaak normaal condens- of defrostwater. Vooral bij koud en vochtig weer kan tijdelijk veel water vrijkomen.
Na een defrostcyclus kan in korte tijd veel gesmolten rijp of ijs uit de buitenunit lopen. Dat kan normaal zijn wanneer de unit daarna weer goed verwarmt.
Tijdens HEAT meestal niet. Het water buiten ontstaat hoofdzakelijk uit vocht in de buitenlucht dat op de koude buitenwarmtewisselaar condenseert en bevriest.
Daar bestaat geen universele hoeveelheid voor. Het hangt onder meer af van luchtvochtigheid, temperatuur, vermogen, draaitijd en hoeveelheid rijp op de warmtewisselaar.
Rond het vriespunt kan de buitenlucht veel vocht bevatten. Daardoor kan relatief veel rijp ontstaan, die tijdens defrost weer als smeltwater vrijkomt.
Een beetje ijs door bevriezend smeltwater kan voorkomen. Grote ijsophoping die de unit, ventilator of afvoer belemmert is niet wenselijk en verdient aandacht.
Dat kan alleen wanneer de afvoeroplossing geschikt is voor winterbedrijf. Een te smalle of slecht geplaatste slang kan bij vorst dichtvriezen en juist problemen veroorzaken.
Veel buitenunits zijn ontworpen zodat condens- en defrostwater via openingen in de bodemplaat kan wegstromen. De exacte uitvoering verschilt per model.
Tijdens defrost kan warme, vochtige lucht rond de buitenunit als witte damp zichtbaar worden. Dat is vaak normale waterdamp en geen rook.
Bijvoorbeeld wanneer water op elektrische delen terechtkomt, de unit structureel dichtvriest, afvoer geblokkeerd raakt, de ventilator door ijs wordt geraakt of de airco niet meer goed verwarmt.
Niet alleen vanwege normaal condens- of defrostwater. Laat een normale defrostcyclus afronden. Bij afwijkende geluiden, foutcodes, extreme ijsvorming of een onveilige situatie is controle verstandig.